ECLI:NL:RBNHO:2024:10719

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
10707163 \ CV EXPL 23-6075
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 9 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 19 Verdrag van MontrealArt. 53 herziene EEX-Verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering passagiers tegen vervoerder wegens vluchtvertraging en schadevergoeding

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst met de vervoerder gesloten voor een vlucht van Amsterdam naar Varna via Wenen op 19 juli 2022. Door vertraging van de eerste vlucht hebben zij hun aansluitende vlucht gemist en zijn zij bijna 24 uur later aangekomen dan gepland.

De passagiers vorderen compensatie van €400 per persoon en vergoeding van extra gemaakte kosten voor vervoer en maaltijden. De vervoerder betwist de compensatieplicht en stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, met name ATFM slotrestricties opgelegd door de luchtverkeersleiding.

De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging inderdaad door buitengewone omstandigheden is veroorzaakt. Daarom wordt de compensatie afgewezen. Wel wordt de schadevergoeding voor de extra kosten toegewezen, omdat de vervoerder daartegen geen verweer heeft gevoerd. De proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding voor extra kosten, compensatie wegens vertraging wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10707163 \ CV EXPL 23-6075
Uitspraakdatum: 18 september 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1], wonende te [plaats 1],

2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4],
5.
[eiser 5],
6.
[eiser 6],
7.
[eiser 7],allen wonende te [plaats 2],
8.
[eiser 8],wonende te [plaats 3],
9.
[eiser 9],wonende te [plaats 2],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Austrian Airlines
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman & mr. F.B. Mahabali

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 augustus 2023:
- de conclusie van antwoord van 20 september 2023;
- de conclusie van repliek van 18 oktober 2023;
- de conclusie van dupliek van 7 februari 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 19 juli 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Wenen (Oostenrijk) naar Varna (Bulgarije) met de vluchtcombinatie OS372 en OS763.
2.2.
De vlucht van Amsterdam naar Wenen is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht naar Varna gemist. Zij zijn omgeboekt op vlucht OS763 van 20 juli 2022, waarmee zij 23 uur en 57 minuten later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben compensatie en financiële schadevergoeding van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 3.761,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 606,39 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van Pro de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van Pro de Verordening). Daarnaast stellen de passagiers dat de vervoerder de extra gemaakte kosten voor vervoer tussen de luchthaven en accommodatie, en maaltijden en verfrissingen dient te vergoeden tot een bedrag van € 161,50 (artikel 9 van Pro de Verordening dan wel artikel 19 van Pro het Verdrag van Montreal).
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Compensatie
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door een samenloop van vertragingsoorzaken, waarbij de ATFM slotrestricties de doorslaggevende factor hebben gevormd. Ook indien het toestel geen hinder zou hebben ondervonden van het tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol, en de vlucht dus tijdig klaar zou hebben gestaan voor vertrek, diende de vervoerder de instructies van de luchtverkeersleiding op te volgen. De eerste gewijzigde slottijd werd immers ruim twee uur voor de geplande vertrektijd aan de vlucht opgelegd. De vervoerder is verplicht slotrestricties van de luchtverkeersleiding op te volgen, hij kan daarop geen invloed uitoefenen. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
4.3.
De vervoerder heeft verder voldoende aannemelijk gedaan dat hij er alles aan heeft gedaan om de passagiers zo snel mogelijk naar de overeengekomen eindbestemming te vervoeren. Gelet op het voorgaande zal de vordering tot compensatie van de passagiers worden afgewezen.
Schadevergoeding
4.4.
De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde financiële schadevergoeding, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.5.
De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 161,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.3.
wijst de vordering voor het overige af.
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter