Uitspraak
[naam 1],
2.
[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- openstaande facturen € 3.528,26
- buitengerechtelijke incassokosten € 477,83
- wettelijke handelsrente tot 15 maart 2024
€ 0,00 -/-
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een vordering van een besloten vennootschap ([B.V.]) tegen een vennootschap onder firma ([naam 1] c.s.) wegens onbetaalde facturen voor uitgevoerde werkzaamheden aan een bedrijfsauto. [B.V.] voerde werkzaamheden uit in januari en februari 2023 en factureerde hiervoor een totaalbedrag van €3.528,26 exclusief bijkomende kosten. Ondanks aanmaningen bleef betaling uit.
[naam 1] c.s. stelde dat de werkzaamheden niet goed waren uitgevoerd en dat zij kosten had moeten maken bij een ander garagebedrijf. Er was een schikkingsvoorstel van €1.500 exclusief btw gedaan en door [naam 1] c.s. geaccepteerd, maar dit voorstel kwam te vervallen omdat geen betaling volgde. Tijdens de zitting verscheen [naam 1] c.s. niet, waardoor het verweer als onvoldoende onderbouwd werd gepasseerd.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering van [B.V.] terecht is en dat [naam 1] c.s. hoofdelijk veroordeeld wordt tot betaling van de hoofdsom, wettelijke handelsrente vanaf 15 maart 2024, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het beroep op verrekening en ontbinding faalde wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van verzuim van [B.V.]. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vennootschap onder firma wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten.