ECLI:NL:RBNHO:2024:10757
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake WIA-uitkering en betalingsachterstanden
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering aan te passen vanwege arbeidsongeschiktheid. De voorzieningenrechter beoordeelt dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat omdat bedragen na afloop van de bodemprocedure kunnen worden terugbetaald.
Verzoekster stelde dat zij betalingsachterstanden heeft, mede door verrekeningen en advocaatkosten, en dat de Belastingdienst uitstel van betaling heeft verleend tot december 2024. Ook vreesde zij verjaring van herzieningsverzoeken. De voorzieningenrechter constateert dat het UWV het herzieningsverzoek al in behandeling heeft genomen, waardoor verjaring niet dreigt, en dat verzoekster nog tijd heeft om een herzieningsverzoek bij de Belastingdienst in te dienen.
Er is geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie vastgesteld. Bovendien is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorlopige voorziening niet kan worden toegekend. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.