Ymere, eigenaar van een woning die vanwege ingrijpende renovatie onbewoonbaar is verklaard en tijdelijk als opslagruimte verhuurd was, ontdekte dat het pand was gekraakt door [gedaagde]. Na een sommatie om het pand te verlaten en het uitblijven van vrijwillige ontruiming, vorderde Ymere in kort geding ontruiming van het pand met machtiging om het vonnis met behulp van de sterke arm ten uitvoer te leggen.
Tijdens de zitting verklaarde [gedaagde] het pand inmiddels te hebben verlaten, maar Ymere wenste een vonnis om toekomstige ontruimingen mogelijk te maken indien [gedaagde] of anderen terugkeren. De voorzieningenrechter oordeelde dat de ontruiming toegewezen wordt, met een termijn van drie dagen na betekening om het pand te verlaten en de sleutels aan Ymere te overhandigen.
Het vonnis bepaalt tevens dat het binnen 12 maanden ten uitvoer kan worden gelegd tegen iedereen die zich tijdens de uitvoering in het pand bevindt of binnenkomt. De inzet van politie en justitie is toegestaan bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.