ECLI:NL:RBNHO:2024:10824
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens gebrek aan gegronde vrees voor partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die ook een eerdere vergelijkbare zaak van hem heeft behandeld. Verzoeker baseert zijn verzoek op de kwalificatie 'te kwader trouw' in eerdere uitspraken, het onbehandeld laten van beroepschriften, het weigeren van het horen van getuigen en het toewijzen van de wederpartij. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een openbare zitting waarbij verzoeker en de rechter zijn gehoord.
De wrakingskamer overweegt dat het herhaaldelijk behandelen van vergelijkbare zaken door dezelfde rechter op zichzelf geen reden is voor vrees voor partijdigheid. Ook eerdere onjuiste beslissingen of negatieve kwalificaties in eerdere zaken vormen geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid, tenzij deze onbegrijpelijk zijn en alleen door vooringenomenheid verklaard kunnen worden. De kwalificatie 'kwade trouw' betreft het handelen in de specifieke zaken en zegt niets over de persoon verzoeker of toekomstige zaken.
De wrakingskamer concludeert dat de feiten en omstandigheden die verzoeker aanvoert onvoldoende zijn om twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter te rechtvaardigen. Het verzoek tot wraking wordt daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde vrees voor partijdigheid.