Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [eiser 1]
- de akte van [gedaagde]
2.De verdere beoordeling
.
Rechtbank Noord-Holland
Op 28 oktober 2021 vond een aanrijding plaats op de Zijlvest te Haarlem tussen eiser, rijdend op een snorfiets, en de verzekerde van gedaagde, rijdend in een auto. Eiser stelde dat hij rechtdoor reed en door de auto werd geraakt die uit een parkeervak kwam, terwijl de verzekerde betwistte een bijzondere manoeuvre te hebben gemaakt en stelde dat eiser haar links inhaalde.
De kantonrechter oordeelde in een tussenvonnis dat eiser zijn stellingen voorshands had bewezen. Na het horen van beide getuigen en het bestuderen van de stukken concludeerde de rechtbank dat gedaagde niet was geslaagd in het leveren van tegenbewijs. De verklaringen van beide partijen boden geen nieuwe feiten en bleven ongewijzigd.
De rechtbank stelde vast dat de verzekerde van gedaagde de aanrijding heeft veroorzaakt en wees de verklaring voor recht toe. De vordering van eiser tot vergoeding van immateriële schade werd afgewezen omdat de stelplicht en bewijslast niet waren voldaan; de ingediende medische stukken boden onvoldoende onderbouwing.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €919,00, met uitzondering van exploot- en betekeningskosten vanwege toevoeging van eiser. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter J.S. Reid op 30 oktober 2024.
Uitkomst: Verzekerde van gedaagde is volledig aansprakelijk voor de aanrijding; immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.