Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[adres] .
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Daartoe is - samengevat - aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer] over het misbruik niet betrouwbaar zijn. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen wat zij in het informatief gesprek heeft gezegd en wat zij in haar aangifte heeft verklaard. De verschillen betreffen de beschreven handelingen, de plaats waar het zou zijn gebeurd, als ook de periode waarin een en ander zou hebben plaatsgevonden. Verder zijn er ook discrepanties tussen de verklaringen van [slachtoffer] en de verschillende getuigen.
Zij kan zich herinneren dat de verdachte vanaf ongeveer haar achtste jaar niet van haar kon afblijven. Ze moest vaak bij hem op schoot zitten en hij zoende haar heel vaak. Vanaf haar twaalfde jaar werd het gedrag erger. De verdachte ging mee om bh’s te kopen en kwam dan in het pashokje. [slachtoffer] heeft verklaard over een vakantie dat zij ongesteld was, dat haar moeder te grote tampons had gekocht die niet pasten en dat haar vader dan de tampons erin en eruit ging halen.
De rechtbank is van oordeel dat de aangifte van [slachtoffer] voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, zodat aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv wordt voldaan, en overweegt daartoe het volgende.
“(…) maar na een goed gesprek gisteren opa en oma [naam 5] werd het ineens een stuk duidelijker. Wat moet je bang zijn geweest voor me. Ik heb het nooit zo bedoeld (…)”.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Het opleggen van een contactverbod kan overwogen worden.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 20.000,00
8.Voorlopige hechtenis
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
36 (zesendertig) MAANDEN.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.000,00 (twintigduizend euro), als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 20.000,00 (twintigduizend euro),bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 135 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.