ECLI:NL:RBNHO:2024:10844
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens gebrek aan gegronde partijdigheidsgrond
Verzoekers, verdachten in een strafzaak, vroegen wraking van de rechter-commissaris omdat zij hun aanwezigheid bij een getuigenverhoor en het stellen van vragen niet mochten afdwingen. Zij stelden dat de rechter-commissaris op juridisch onjuiste gronden verzoeken had afgewezen en daardoor de schijn van partijdigheid had gewekt.
De wrakingskamer overwoog dat een rechterlijke beslissing zelf geen grond kan zijn voor wraking en dat het verzoek gebaseerd was op een juridisch meningsverschil over de aanwezigheid bij het getuigenverhoor. De kamer benadrukte dat zij de juistheid van de beslissingen niet mag toetsen in het kader van wraking.
Ook het argument dat het ontbreken van motivering van de rechter-commissaris de schijn van partijdigheid zou geven, werd verworpen omdat dit niet objectief als vooringenomenheid kan worden opgevat. De kamer concludeerde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen gegronde wrakingsgrond vormen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens gebrek aan gegronde wrakingsgrond.