In deze civiele bodemzaak vordert eiser betaling van een schadevergoeding wegens het niet tijdig uitbrengen van een herstelexploot in hoger beroep. Gedaagden hebben in een incident verzocht om een derde partij, [bedrijf] B.V., in vrijwaring op te roepen, omdat deze verantwoordelijk was voor het tijdig uitbrengen van het exploot en de aansprakelijkheid daarvoor heeft aanvaard.
De rechtbank stelt vast dat een vordering tot oproeping in vrijwaring toewijsbaar is indien voldoende concreet en gemotiveerd wordt gesteld dat er een rechtsverhouding bestaat met de derde partij en dat de nadelige gevolgen van een ongunstige hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op die derde kunnen worden verhaald.
De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde gronden niet zijn weersproken en voldoende zijn om het verzoek toe te wijzen. Omdat in het incident geen partij in het ongelijk wordt gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De zaak zal op 27 november 2024 worden voortgezet met een conclusie van antwoord.