Eiseres betwist de door de gemeente Edam-Volendam vastgestelde WOZ-waarde van een perceel grond nabij haar woning voor het belastingjaar 2023. De gemeente had de waarde vastgesteld op € 22.000, terwijl eiseres een lagere waarde bepleitte, mede vanwege het beperkte gebruik van de grond en het verbod op bebouwing.
De rechtbank oordeelt dat de percelen grond geen samenstel vormen met de woning en dat de aankoopprijs uit 2011 te ver verwijderd is van de waardepeildatum 1 januari 2022 om als referentie te dienen. De gemeente slaagt er niet in de hogere waarde aannemelijk te maken, mede vanwege de beperkte gebruiksmogelijkheden en het ontbreken van vergelijkbare grondprijzen.
Eiseres' pleidooi voor een waarde van € 10.000 wordt door de rechtbank niet gevolgd wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank bepaalt schattenderwijs de waarde van het perceel op € 15.500, lager dan de aankoopprijs, en verklaart het beroep gegrond. De aanslag onroerendezaakbelastingen wordt dienovereenkomstig verminderd en het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.