De rechtbank Noord-Holland heeft op 13 augustus 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die op 25 juni 2024 te Schiphol bijna 6 kilogram cocaïne opzettelijk binnen Nederland heeft gebracht. De verdachte, die ten tijde van het feit 18 jaar oud was, heeft bekend en daarmee is het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen verklaard.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot toepassing van het jeugdstrafrecht gevolgd, mede op advies van de reclassering, die stelde dat de verdachte kwetsbaar en beïnvloedbaar is en pedagogische beïnvloeding nog mogelijk is. De verdachte heeft geen eerdere strafrechtelijke veroordelingen en toont bereidheid tot begeleiding en het volgen van een vervolgopleiding.
De rechtbank heeft de ernst van het feit meegewogen, aangezien de hoeveelheid cocaïne bestemd was voor handel en verspreiding, met de daaraan verbonden maatschappelijke risico's. Gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is afgeweken van de gevorderde straf en is een jeugddetentie van 10 maanden opgelegd, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden zoals begeleiding door de jeugdreclassering en een werkstraf van 100 uur.
Daarnaast is een in beslag genomen mobiele telefoon verbeurd verklaard omdat deze is gebruikt bij het plegen van het feit. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf. Hiermee krijgt de verdachte een kans op een positieve ontwikkeling onder intensieve begeleiding.