ECLI:NL:RBNHO:2024:11216

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 oktober 2024
Publicatiedatum
31 oktober 2024
Zaaknummer
9702248 \ CV EXPL 22-1133
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Passagier krijgt compensatie voor meer dan drie uur vertraagde vlucht door onvoldoende maatregelen vervoerder

De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam via Frankfurt naar Philadelphia, waarbij de eerste vlucht vertraagd was uitgevoerd. Dit leidde tot het missen van de aansluitende vlucht en een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming. De passagier vorderde compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder voerde aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden en dat alle redelijke maatregelen waren getroffen. De passagier betwistte dat laatste en stelde dat zij niet op de eerstvolgende alternatieve vlucht was omgeboekt, terwijl er volgens haar wel beschikbare plaatsen waren.

De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd dat alle redelijke maatregelen waren genomen. Het enkele beroep op een automatisch boekingssysteem was onvoldoende om aan te tonen dat er geen eerdere alternatieven waren. Omdat de passagier met een vlucht werd omgeboekt die pas een dag later vertrok, werd het verweer van de vervoerder verworpen en de vordering toegewezen.

Daarnaast werd een redelijke vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend, maar niet het volledige gevorderde bedrag. De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van € 708,90 plus wettelijke rente en proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van € 708,90 plus wettelijke rente en proceskosten wegens onvoldoende genomen maatregelen om vertraging te beperken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9702248 \ CV EXPL 22-1133
Uitspraakdatum: 16 oktober 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. E.A. Pluijm en L.E. Schalk (Russell Advocaten)
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De passagier stelt dat de vervoerder niet alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging zoveel mogelijk te beperken. De vordering wordt toegewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 19 december 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Frankfurt International Airport (Duitsland) naar Philadelphia International Airport (Verenigde Staten), met vluchtcombinatie LH989 en LH426.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht LH989 van Amsterdam naar Frankfurt (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 dan wel € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De vertraging kon ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening).

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen.
4.3.
De passagier betwist niet dat er sprake is van buitengewone omstandigheden, maar betwist wel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen. De vervoerder heeft de passagier omgeboekt op dezelfde aansluitende vlucht (LH426), een dag later. Met deze vlucht zou zij, volgens de planning, met 24 uur vertraging aankomen op de eindbestemming. Uiteindelijk is er tijdens de uitvoer van vlucht LH426, tijd ingehaald waardoor zij met 23 uur en 45 minuten vertraging is aangekomen. Er waren diverse alternatieve vluchten die de passagier met minder vertraging naar de eindbestemming hadden kunnen vervoeren. Volgens de passagier zitten vliegtuigen zelden volledig vol. Daarom was dit niet de eerst beschikbare alternatieve vlucht, aldus de passagier.
4.4.
De vervoerder stelt dat er geen plaats beschikbaar was op de door de passagier genoemde alternatieve vluchten. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat hij gebruik maakt van een automatisch boekingssysteem. Dit systeem kiest altijd de eerst mogelijke vlucht. Als er wel een plaats beschikbaar was dan was dat wel naar voren gekomen in het omboekingssysteem, aldus de vervoerder.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier op de eindbestemming te beperken. Het is namelijk in beginsel geen redelijke maatregel, als de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt. Dit is alleen anders als er geen enkele andere mogelijkheid voor een alternatieve vlucht bestond die op een minder laat tijdstip aankwam dan het aangeboden alternatief, of dat het organiseren daarvan een onaanvaardbaar offer betekende gelet op de mogelijkheden van haar onderneming op het relevante tijdstip. [1] Bij de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’, gaat de kantonrechter uit van een tijdruimte en een tijdsduur van 24 uur.
4.6.
De vervoerder heeft het betoog van de passagier dat de passagier niet is omgeboekt naar de eerstvolgende alternatieve vlucht, onvoldoende weersproken. De enkele stelling dat er geen plaats beschikbaar was op de genoemde vluchten omdat die niet in het boekingssysteem naar voren zijn gekomen, is daartoe onvoldoende. Uit het eerder genoemde arrest van het Hof volgt namelijk dat het aan de vervoerder is om aannemelijk te maken dat er geen andere mogelijkheden waren dan wel dat sprake zou zijn van onaanvaardbare offers als de passagier was omgeboekt naar eerdere alternatieve vluchten. Daar is hij niet in geslaagd.
4.7.
Bij gebrek aan een nadere onderbouwing van de vervoerder kan daarom niet worden aangenomen dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te beperken. Vaststaat namelijk dat de passagier is omgeboekt naar dezelfde vlucht die één dag later vertrok. Ook als de uiteindelijke vertraging wellicht een paar minuten minder bedraagt dan 24 uur, oordeelt de kantonrechter dat dit verschil van 15 minuten niet maakt dat tot de conclusie kan worden gekomen dat de vervoerder ten aanzien van de passagier wel alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder niet. De vordering van de passagier zal worden toegewezen.
4.8.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft deze vordering gemotiveerd betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Het primair gevorderde bedrag is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 108,90 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.
4.9.
De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum had.
4.10.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 708,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 19 december 2019, en over € 108,90 vanaf 6 december 2021, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 119,21;
griffierecht € 214,00;
salaris gemachtigde € 270,00;
nakosten € 67,50, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.