Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiseres 1], uit Zandvoort, eiseres 1
[eiseres 2], uit Zandvoort, eiseres 2
[eiseres 3], uit Zandvoort, eiseres 3
Rechtbank Noord-Holland
Eisers, exploitanten van verkoopwagens op het strand van Zandvoort en Bloemendaal, voerden bezwaar aan tegen verkeersbesluiten van de gemeente Zandvoort die tijdens de Dutch Grand Prix 2023 de bereikbaarheid van hun verkoopwagens ernstig beperkten, wat leidde tot omzetverlies. De verkeersbesluiten betroffen onder meer snelheidsbeperkingen, wegafsluitingen en parkeerverboden, die het autoverkeer naar het strand praktisch onmogelijk maakten.
De rechtbank oordeelt dat het college van burgemeester en wethouders de verkeersbesluiten in redelijkheid heeft kunnen nemen ter bescherming van verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid tijdens het grootschalige evenement. Eisers konden niet overtuigend aantonen dat de maatregelen onnodig waren of buiten de beoordelingsruimte van het college vielen.
Hoewel de maatregelen de omzet van eisers negatief beïnvloedden, is volgens de rechtbank geen sprake van een zodanige schade dat het nemen van de verkeersbesluiten onevenredig was. De rechtbank erkent het belang van nadeelcompensatie, maar stelt dat verweerder een regeling heeft getroffen waarbij eisers achteraf een verzoek kunnen indienen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de verkeersbesluiten wordt ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand zonder voorafgaande schaderegeling.