ECLI:NL:RBNHO:2024:11353
Rechtbank Noord-Holland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verschoning rechter wegens vermeende partijdigheid
De rechter heeft verzocht zich te verschonen van de behandeling van een kort geding tussen partijen vanwege een eerder wrakingsverzoek van gedaagde en de overtuiging dat hij in de beleving van gedaagde geen onpartijdige behandeling kan bieden.
De verschoningskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de subjectieve en objectieve toets zoals neergelegd in artikel 39 en Pro 40 Rv. Uit de toelichting bleek dat de rechter zelf niet meent onpartijdig te kunnen zijn, maar dat hij het verstandig acht de hoofdzaak niet te behandelen vanwege de beleving van gedaagde.
De kamer oordeelde dat deze beleving onvoldoende is voor verschoning. Ook het feit dat de rechter eerder betrokken was bij een soortgelijk geschil tussen dezelfde partijen vormt geen uitzonderlijke omstandigheid die objectief een vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigt.
Daarom is het verzoek tot verschoning afgewezen en is de rechter bevoegd gebleven de hoofdzaak te behandelen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is afgewezen wegens ontbreken van gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.