Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[naam 4]in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam 1]
[naam 5]in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam 2]
Rechtbank Noord-Holland
Twee huurders vorderen herstel van gebreken aan hun gehuurde kamers, met name lekkages en schimmelvorming, en een huurprijsvermindering vanwege verminderd huurgenot. De verhuurder erkent zijn herstelplicht maar voert aan dat een aannemer de reparatie niet goed heeft uitgevoerd en dat huurders ook een eigen verantwoordelijkheid dragen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurders een spoedeisend belang hebben bij herstel en dat de gebreken voldoende zijn aangetoond. De verhuurder wordt veroordeeld om binnen twee maanden de gebreken te herstellen, onder verbeurte van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €2.000.
Daarnaast wordt een huurprijsvermindering van 40% toegewezen vanaf 10 maart 2024, omdat de gebreken het huurgenot substantieel hebben verminderd. De verhuurder moet ook de proceskosten van €765 betalen. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot herstel van gebreken en huurprijsvermindering van 40% vanaf 10 maart 2024.