Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Beschikking van de kantonrechter
procedure
- het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 15 mei 2024;
- de reactie van de bewindvoerders, ter griffie ingekomen op 12 juni 2024.
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter heeft het verzoek van verzoeker tot opheffing van het bij beschikking van 15 november 2021 ingestelde bewind over zijn goederen behandeld. Verzoeker stelde dat hij vrijwillig onder bewind was gegaan en daarom ook vrijwillig het bewind wilde beëindigen, en ontkende dat sprake was van een geestelijke of lichamelijke toestand die hem belemmerde zijn financiën te beheren.
De bewindvoerders stelden daarentegen dat het niet verstandig was het bewind op te heffen vanwege de aanhoudende problematische schulden van verzoeker en zijn gebrek aan medewerking aan een schuldhulptraject. Tevens bleven er verkeersboetes binnenkomen, wat de schulden verder deed oplopen. Tijdens de zitting verklaarde verzoeker dat een vriend verkeersboetes veroorzaakte met een voertuig op zijn naam, wat de indruk wekte dat verzoeker als katvanger fungeerde.
De kantonrechter overwoog dat het vrijwillig aanvragen van bewind niet automatisch betekent dat het ook vrijwillig kan worden beëindigd. Gezien de omstandigheden en de voortdurende schuldenproblematiek, achtte de kantonrechter opheffing van het bewind niet aan de orde. De kantonrechter wees het verzoek daarom af en bevestigde dat de noodzaak voor het bewind nog steeds bestaat.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen vanwege de aanhoudende problematische schulden en het gebrek aan medewerking van verzoeker.