De passagiers vorderden compensatie van British Airways wegens annulering van vlucht BA441 van Amsterdam naar Londen en de aansluitende vlucht naar Kaapstad. De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk capaciteitsbeperkingen door dichte mist op de luchthaven van Londen op 3 november 2017.
De rechtbank stelde vast dat de vervoerder aannemelijk heeft gemaakt dat vanwege de mist en de daaropvolgende Low Visibility Procedures het aantal vluchten werd beperkt en dat vlucht BA446 al om 11:00 uur werd geannuleerd om verdere vertragingen te beperken. Omdat de vlucht in kwestie onderdeel was van dezelfde rotatie, moest ook deze worden geannuleerd.
De passagiers betwistten dit en stelden dat de beperkingen later op de dag waren opgeheven en dat het een operationele keuze van de vervoerder was. De rechtbank oordeelde echter dat de vervoerder een complexe afweging moest maken en dat het aannemelijk was dat annulering noodzakelijk was. Ook heeft de vervoerder voldoende onderbouwd dat zij de passagiers heeft omgeboekt op de eerst mogelijke alternatieve vlucht.
De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen en de passagiers werden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank concludeerde dat de vervoerder alle redelijke maatregelen had getroffen en dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden zoals bedoeld in de Verordening (EG) nr. 261/2004.