Op 18 februari 2024 overleed mevrouw erflaatster, moeder van verzoekster en verweerder, die beiden de nalatenschap zuiver aanvaardden. De nalatenschap omvat een woning, een spaarrekening en inboedel, zonder noemenswaardige schulden. Verzoekster vroeg de rechtbank om een vereffenaar te benoemen wegens vermeend onbeheerd laten van de nalatenschap, mede vanwege een geschil over een schenking aan verweerder na diagnose dementie bij erflaatster.
Verweerder betwist dat de nalatenschap onbeheerd is en stelt dat partijen inmiddels afspraken hebben gemaakt over verkoop van de woning en verdeling van inboedel, en dat de vereffenaar geen bevoegdheid heeft om over de schenking te beslissen. De rechtbank oordeelt dat de nalatenschap niet onbeheerd is omdat de erfgenamen afspraken hebben gemaakt en de omvang van de nalatenschap vaststaat.
De rechtbank wijst het verzoek tot benoeming van een vereffenaar af en compenseert de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beslissing is genomen ondanks de verstoorde familierelatie en het lopende geschil over de schenking, waarbij de rechtbank benadrukt dat de vereffenaar niet bevoegd is om over de schenking te oordelen.