De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer en handel in heroïne in de periode van maart 2020 tot februari 2021. De verdachte gebruikte cryptotelefoons om communicatie te voeren over transporten van heroïne van Iran naar Nederland, prijsafspraken en het verstrekken van testhoeveelheden aan potentiële kopers.
De bewijsvoering was gebaseerd op chatberichten van twee verschillende cryptotelefoonaccounts die aan de verdachte konden worden toegeschreven door onder meer foto’s, persoonlijke gegevens en locatievermeldingen. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was en dat de gedragingen eerder op medeplichtigheid duidden, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijsminimum was gehaald door de onderlinge samenhang van berichten en ondersteunende foto’s, en verklaarde het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De strafmaat werd bepaald op 42 maanden gevangenisstraf, lager dan geëist, rekening houdend met vergelijkbare zaken en het tijdsverloop sinds het feit.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de zorg voor een zieke dochter, werden niet strafverminderend meegewogen. De rechtbank sprak verdachte vrij van wat niet bewezen kon worden en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de straf.