De Stichting Odion verzocht de rechtbank om bewind en mentorschap in te stellen voor betrokkene, omdat betrokkene volgens hen niet in staat zou zijn zijn financiële en persoonlijke belangen zelfstandig te behartigen. Tot eind 2023 vervulde de moeder van betrokkene deze rol, waarna de broer deze taak overnam. Verzoeker stelde dat de broer onvoldoende rekening houdt met de wensen van betrokkene en dat er een loyaliteitsconflict dreigt.
Betrokkene voerde verweer en verwees naar een eerdere beschikking uit 2015 waarbij het toen ingestelde bewind was opgeheven wegens het ontbreken van noodzaak. Sindsdien beheert betrokkene zijn financiën zelf, met ondersteuning van zijn broer. Hij betwist dat er nu een grond is voor bewind en mentorschap en stelt dat de aanvraag vooral voortkomt uit de moeizame relatie tussen verzoeker en zijn broer.
De kantonrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom bewind en mentorschap noodzakelijk zijn. Betrokkene wordt naar tevredenheid bijgestaan door zijn broer en is in staat zijn belangen zelf behoorlijk waar te nemen. De kantonrechter wees het verzoek daarom af.