Op 27 augustus 2024 heeft verdachte op Schiphol een hoeveelheid van 4.892,7 gram cocaïne het Nederlandse grondgebied binnengebracht. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 38 maanden. Verdachte en zijn raadsman erkenden de invoer, maar betwistten de hoeveelheid en stelden dat het opzet slechts gericht was op 1,8 kilo.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte verantwoordelijk was voor de volledige hoeveelheid cocaïne, omdat hij zelf de inhoud van zijn koffer moest controleren en niet blind kon vertrouwen op derden. De invoer van bijna 5 kilo cocaïne werd als uitgangspunt genomen voor de strafoplegging.
De rechtbank volgde de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en legde een gevangenisstraf van 38 maanden op, rekening houdend met het feit dat verdachte niet eerder voor een Opiumwet-overtreding was veroordeeld. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.