ECLI:NL:RBNHO:2024:11720
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Aanvullende overeenkomst en betalingstekortkoming bij beëindiging opdracht
In deze civiele bodemzaak stond centraal of tussen eiser en gedaagde een aanvullende overeenkomst was gesloten na opzegging van de oorspronkelijke opdracht. Partijen waren het eens over een initiële opzegtermijn van twee maanden, maar gedaagde stelde voor deze te verkorten tot anderhalve maand met betaling tot eind augustus 2023. Eiser accepteerde dit onder voorwaarde van akkoord op zijn urensheets, waarna gedaagde zonder voorbehoud instemde, waarmee een aanvullende overeenkomst tot stand kwam.
Eiser vorderde betaling van de vergoeding over september 2023, stellende dat gedaagde tekort was geschoten door niet tijdig en volledig te betalen conform de aanvullende overeenkomst. De kantonrechter stelde vast dat gedaagde het overgrote deel van de vergoeding tijdig had voldaan en de discussie over één dag niet rechtvaardigt dat de aanvullende overeenkomst wordt ontbonden. De oorspronkelijke overeenkomst met twee maanden opzegtermijn herleeft daardoor niet.
Daarnaast werd de vordering van eiser tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente toegewezen, terwijl de proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De vordering tot betaling over september 2023 werd afgewezen omdat de tekortkoming van gedaagde te gering was om ontbinding te rechtvaardigen.
Uitkomst: Gedaagde is tekortgeschoten in betaling maar ontbinding van de aanvullende overeenkomst wordt afgewezen; incassokosten en rente worden toegewezen.