De burgemeester van Zaanstad legde op 25 september 2024 een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van verzoeker voor drie maanden wegens illegale prostitutie. Tijdens een controle op 3 september 2024 werd vastgesteld dat een sekswerker zonder vergunning de woning gebruikte voor prostitutieactiviteiten, wat in strijd is met de APV Zaanstad.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 november 2024 en weegt de belangen van verzoeker en burgemeester af. Verzoeker stelde dat hij de woning dringend nodig heeft vanwege zijn kwetsbare situatie, waaronder zwakbegaafdheid, een Wajong-uitkering, bewindvoering en de impact op zijn gezin.
De burgemeester benadrukte het belang van handhaving en het doorbreken van het prostitutiecircuit. De rechter oordeelde dat het signaal en het doel van de sluiting grotendeels zijn bereikt, aangezien de sluitingsperiode bijna verstreken is. Gezien de persoonlijke omstandigheden van verzoeker werd het besluit geschorst, waardoor hij weer toegang tot zijn woning krijgt. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.