ECLI:NL:RBNHO:2024:11745

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
11277713 BM VERZ 24-2226
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opheffing bewind wegens onvoldoende financiële zelfredzaamheid

Verzoeker heeft bij de rechtbank Noord-Holland verzocht om opheffing van het bewind dat in 2019 over zijn goederen is ingesteld vanwege zijn geestelijke en/of lichamelijke toestand en problematische schulden. Sindsdien is zijn huwelijk ontbonden en stelt verzoeker dat hij nu zelfstandig zijn financiën kan beheren, mede doordat hij schuldvrij is en weer werkt.

De bewindvoerder betwist dit en geeft voorbeelden van financieel onverantwoord gedrag van verzoeker, zoals het niet nakomen van afspraken met de gemeente, het zonder overleg kopen van een auto met daaropvolgende boetes, en het verkeerd laten storten van zijn salaris. De kantonrechter oordeelt dat hoewel de oorspronkelijke grond voor het bewind (problematische schulden) is weggevallen, verzoeker nog niet voldoende financieel stabiel en zelfredzaam is.

De kantonrechter besluit het verzoek aan te houden en stelt een half jaar zelfredzaamheidstraject verplicht, waarbij verzoeker ondersteund wordt door een vriendin. Na dit traject zal de bewindvoerder rapporteren aan de rechtbank, waarna een beslissing over opheffing kan volgen.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind is afgewezen en verzoeker moet een zelfredzaamheidstraject doorlopen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 11277713 BM VERZ 24-2226 jb
Uitspraakdatum: 11 november 2024

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
Fidinda CBM BV,
gevestigd te Gorinchem.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek, ter griffie ingekomen op 17 mei 2024;
  • het verweer van de bewindvoerder, ingekomen op 20 juni 2024;
  • de reactie van verzoeker, ingekomen op 12 september 2024.
Op 23 oktober 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden, in aanwezigheid van verzoeker en [vriendin] van verzoeker die ook als vertaalster voor hem optreedt. Namens de bewindvoerder waren R. Esser en T. Deiana aanwezig.

beoordeling

Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 22 maart 2019 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren. Het bewind is destijds ingesteld op grond van de geestelijke en/of lichamelijke toestand van verzoeker en zijn toenmalige echtgenote. Door de problematische schulden die toen aanwezig waren, ervaarden verzoeker en zijn toenmalige echtgenote veel stress waardoor ook lichamelijke klachten ontstonden.
Inmiddels is het huwelijk van verzoeker en zijn toenmalige echtgenote op 6 februari 2024 ontbonden.
Verzoeker stelt nu dat het destijds niet zijn wens was om onder bewind gesteld te worden maar dat die beslissing is genomen door de omstandigheden van toen. Hij acht zichzelf nu geheel in staat zelfstandig zijn financiën te beheren door de ondersteuning en begeleiding die hij heeft gehad. Bovendien is hij nu schuldvrij en heeft hij weer werk.
De bewindvoerder acht verzoeker nog niet in staat zelf zijn financiën te beheren.
Als voorbeeld noemt de bewindvoerder dat de ex-vrouw van verzoeker na hun scheiding een uitkering voor hem moest aanvragen omdat hij geen eigen inkomen had. Verzoeker kwam echter niet opdagen bij de afspraak met de gemeente die zijn ex-vrouw voor hem gemaakt had.
Een ander voorbeeld is dat verzoeker zonder overleg met de bewindvoerder een auto had gekocht. De boetes die hij daarmee opliep, kwamen vervolgens bij de bewindvoerder binnen.
Nog een voorbeeld die de bewindvoerder geeft, is dat verzoeker zijn eerste salaris op zijn leefgeldrekening liet storten en niet op de beheerrekening, waardoor zijn vaste lasten niet betaald konden worden.
Dit alles maakt dat verzoeker, volgens de bewindvoerder, nog niet financieel stabiel is en het bewind daarom nog nodig is.
De kantonrechter dient nu te beoordelen of de grond voor het bewind nog aanwezig is. Het komt de kantonrechter voor dat, nu er geen problematische schulden meer zijn, de grond voor het bewind is weggevallen. Immers, de geestelijke en/of lichamelijke toestand die er voor zorgde dat verzoeker niet in staat was zelf zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen, werd veroorzaakt door de problematische schulden.
Gelet op de verklaring van de bewindvoerder is de kantonrechter echter van oordeel dat het nog te vroeg is om het bewind op te heffen. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij al in staat is om zelfstandig zijn financiën te beheren. Hij heeft weliswaar ter zitting een reden opgegeven voor het niet komen opdagen bij de gemeente, maar dat had hij tijdig moeten bespreken met de gemeente.
Volgens verzoeker had hij toestemming van de bewindvoerder om een auto te kopen, wat door de bewindvoerder ontkend wordt, maar het getuigt niet van een verantwoord financieel inzicht als je een uitkering hebt om een auto te kopen en dan ook nog boetes te veroorzaken.
Ook het laten storten van het salaris op de leefgeldrekening geeft de kantonrechter nog onvoldoende vertrouwen in de financiële zelfredzaamheid van verzoeker.
Daarbij komt dat verzoeker ook nog geen vaste arbeidsovereenkomst heeft.
De kantonrechter is van oordeel dat het streven is om verzoeker weer zelfstandig zijn financiën te laten beheren. Om hem enige kans te geven zal de kantonrechter verzoeker daarom in de gelegenheid stellen aan te tonen dat hij verstandig met zijn geld kan omgaan, ook met behulp van [vriendin] , die ter zitting ook nadrukkelijk heeft aangegeven verzoeker te zullen ondersteunen. Verzoeker dient daartoe bij de bewindvoerder een zelfredzaamheidstraject te doorlopen van een half jaar. Als dat half jaar goed verloopt kan het bewind worden opgeheven. Als de bewindvoerder van mening is dat het traject al eerder beëindigd kan worden omdat het goed verloopt, kan zij dat de kantonrechter eerder berichten.
De kantonrechter verzoekt de bewindvoerder om uiterlijk 1 juni 2025 de kantonrechter schriftelijk te informeren over het verloop van het zelfredzaamheidstraject. Na ontvangst daarvan zal de kantonrechter een beslissing nemen over het verdere verloop van de procedure.

beslissing

De kantonrechter houdt het verzoek aan tot uiterlijk 1 juni 2025 voor bericht van de bewindvoerder, zoals hierboven is vermeld.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Schroten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter