Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Beschikking van de kantonrechter
procedure
- het verzoek, ter griffie ingekomen op 17 mei 2024;
- het verweer van de bewindvoerder, ingekomen op 20 juni 2024;
- de reactie van verzoeker, ingekomen op 12 september 2024.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft bij de rechtbank Noord-Holland verzocht om opheffing van het bewind dat in 2019 over zijn goederen is ingesteld vanwege zijn geestelijke en/of lichamelijke toestand en problematische schulden. Sindsdien is zijn huwelijk ontbonden en stelt verzoeker dat hij nu zelfstandig zijn financiën kan beheren, mede doordat hij schuldvrij is en weer werkt.
De bewindvoerder betwist dit en geeft voorbeelden van financieel onverantwoord gedrag van verzoeker, zoals het niet nakomen van afspraken met de gemeente, het zonder overleg kopen van een auto met daaropvolgende boetes, en het verkeerd laten storten van zijn salaris. De kantonrechter oordeelt dat hoewel de oorspronkelijke grond voor het bewind (problematische schulden) is weggevallen, verzoeker nog niet voldoende financieel stabiel en zelfredzaam is.
De kantonrechter besluit het verzoek aan te houden en stelt een half jaar zelfredzaamheidstraject verplicht, waarbij verzoeker ondersteund wordt door een vriendin. Na dit traject zal de bewindvoerder rapporteren aan de rechtbank, waarna een beslissing over opheffing kan volgen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind is afgewezen en verzoeker moet een zelfredzaamheidstraject doorlopen.