Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:11809

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
AWB - 24 _ 110
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77 Douanewetboek van de UnieArt. 79 Douanewetboek van de UnieArt. 1 Wet op de omzetbelasting 1968Art. 18 Wet op de omzetbelasting 1968Art. 1 Wet op de accijns
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen uitnodiging tot betaling voor invoer van sigaretten uit Turkije

Eiser is op 9 juli 2023 vanuit Turkije aangekomen met 480 sigaretten in zijn bagage, terwijl de vrijstelling bij invoer geldt voor maximaal 200 sigaretten. Hij deed geen aangifte maar koos voor de uitgang 'niets aan te geven'. Verweerder legde daarop een uitnodiging tot betaling (utb) op van € 105,21 voor de belasting over 280 sigaretten.

Eiser stelde dat de utb te hoog was en dat hij de belasting niet kon betalen, en vroeg ook om teruggaaf van belasting voor sigaren en sigaretten die hij en zijn vader eerder in Nederland hadden gekocht en in Turkije hadden gerookt. De rechtbank oordeelde dat dit niets afdoet aan de verschuldigdheid van belasting over de ingevoerde sigaretten en dat eiser geen reden gaf waarom de utb onjuist zou zijn.

De rechtbank stelde vast dat eiser correct was uitgenodigd voor de zitting, ondanks zijn afwezigheid, en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 14 november 2024.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de uitnodiging tot betaling van € 105,21 voor invoer van 280 sigaretten uit Turkije is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/110

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van14 november 2024 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser

en

de inspecteur van de Douane, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 18 oktober 2023 op het bezwaar van eiser tegen de door verweerder met dagtekening 9 juli 2023 aan eiser opgelegde uitnodiging tot betaling (hierna: de utb) voor een bedrag van € 105,21, bestaande uit € 3,65 aan douanerecht, € 82,20 aan accijns en € 19,36 aan omzetbelasting (btw).

Zitting

De rechtbank heeft het beroepschrift behandeld op de zitting van 14 november 2024.
Eiser is daar niet verschenen.
De uitnodiging voor de zitting is bij aangetekende brief van 16 juli 2024 naar het door eiser opgegeven adres [straat] [huisnummer] te [postcode] [woonplaats] verzonden en is door de rechtbank retour ontvangen met daarop de aantekening dat de brief niet is afgehaald van de afhaallocatie. Uit BRP bleek dat eiser op het hiervoor genoemde adres staat ingeschreven. De uitnodiging is op 5 augustus 2024 nogmaals per gewone post aan eiser verzonden. Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser op de juiste wijze is uitgenodigd.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] en [naam 2] .
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk heeft.

Waarom heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard

Over de invoer van goederen in de EU moet belasting worden betaald [1] . Bij invoer vanuit Turkije bestaat recht op vrijstelling bij invoer voor 200 sigaretten [2] .
Eiser is op 9 juli 2023 vanuit Turkije aangekomen op Schiphol en had in zijn bagage 480 sigaretten. Hij moest dus belasting betalen voor 280 sigaretten en had daarvoor aangifte moeten doen. Dat heeft hij niet gedaan, maar hij heeft gekozen voor de uitgang “niets aan te geven”. Verweerder heeft daarom terecht de utb opgelegd van in totaal € 105,21 voor 280 sigaretten.
Eiser had bij de douane kunnen vragen voor welke hoeveelheid sigaretten de vrijstelling van toepassing is. Hij heeft dat niet gedaan, dat komt voor zijn rekening en risico. Dat hij niet wist dat de vrijstelling bij invoer slechts geldt voor 200 sigaretten, is geen reden om de utb te verlagen of te vernietigen.
Eiser vindt de utb te hoog en stelt dat hij dat niet kan betalen. Ook vindt hij dat hij belasting moet terugkrijgen voor de sigaren en sigaretten die hij en zijn vader de afgelopen jaren in Nederland hebben gekocht en in Turkije hebben opgerookt.
Dat verandert niets aan het feit dat eiser de sigaretten heeft ingevoerd en dat hij daarvoor belasting verschuldigd is.
Eiser heeft niet gesteld en het is de rechtbank ook verder niet gebleken dat de utb op een onjuist bedrag is vastgesteld.
Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van mr. W.G. van Gastelen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De belasting bij invoer is verschuldigd op grond van artikel 77 en Pro 79 van het Douanewetboek van de Unie, artikel 1, aanhef en onder d en artikel 18 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 en artikel
2.De vrijstelling is geregeld in artikel 41 van Pro Verordening (EG) nr. 1186/2009, artikel 21a en artikel 21b van de Wet op de omzetbelasting 1968 en artikel 68a van de Wet op de accijns.