Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 en 2
- de mondelinge behandeling van 31 oktober 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Noord-Holland
In deze kortgedingprocedure vordert [eiseres] Vastgoed B.V. de ontruiming van een woning die zij verhuurde aan [gedaagde]. De huurovereenkomst was voor bepaalde tijd en eindigde op 31 augustus 2024. [Gedaagde] erkent dat de huurtermijn is geëindigd en dat hij de woning moet verlaten.
Tijdens de zitting verklaart [gedaagde] dat hij en zijn gezin de woning inmiddels hebben verlaten en de sleutels hebben overgedragen aan de advocaat van [eiseres] Vastgoed. Ondanks deze feitelijke ontruiming handhaaft [eiseres] Vastgoed de vordering tot ontruiming uit voorzorg.
De voorzieningenrechter wijst de ontruimingsvordering toe, met uitzondering van de overgave van sleutels omdat deze reeds heeft plaatsgevonden. De vordering tot betaling van huur voor oktober 2024 is door [eiseres] Vastgoed ingetrokken, zodat hierover niet meer wordt beslist.
De proceskosten worden begroot op €320,- ten laste van [eiseres] Vastgoed, die aangeeft deze kosten te zullen voldoen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt toegewezen, met uitzondering van de sleuteloverdracht die reeds heeft plaatsgevonden.