Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verdere procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
41,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Noord-Holland
Deze zaak betreft de vraag of een consument achterstallige premie voor de zorgverzekering verschuldigd is over de maanden oktober tot en met december 2014. De consument stelt dat hij in die periode niet in Nederland woonde en daarom niet verzekerd hoefde te zijn. De kantonrechter stelt vast dat de consument tot 4 december 2014 in Nederland stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen en pas daarna in de Registratie Niet Ingezetenen, waardoor hij verplicht was verzekerd te zijn.
De consument heeft onvoldoende bewijs geleverd dat hij de verzekering heeft beëindigd, ondanks zijn stelling dat hij de zorgverzekeraar tijdig heeft geïnformeerd en dat de verzekering zou zijn stopgezet. De kantonrechter acht deze onderbouwing onvoldoende en wijst het verweer af.
Daarnaast is beoordeeld of de algemene voorwaarden van de verzekeraar, die administratiekosten, invorderingskosten en wettelijke rente in rekening brengen, oneerlijk zijn. De kantonrechter oordeelt dat het incassokostenbeding oneerlijk is en vernietigt dit, waardoor de consument geen incassokosten hoeft te betalen. De wettelijke rente over de premie wordt wel toegewezen.
De consument wordt veroordeeld tot betaling van de premie en de wettelijke rente, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Consument is veroordeeld tot betaling van de achterstallige premie en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijk beding.