ECLI:NL:RBNHO:2024:12059

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
25 november 2024
Zaaknummer
10853375 CV EXPL 23-8287
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:203 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot terugbetaling wegens ontbreken onverschuldigde betaling

Eiser vorderde betaling van een bedrag dat hij aan gedaagde had betaald voor werkzaamheden aan zijn woning, stellende dat de werkzaamheden minder waard waren dan het betaalde bedrag. Gedaagde voerde aan dat er meerdere kleine overeenkomsten waren en dat eiser zijn vordering onvoldoende had onderbouwd.

De kantonrechter oordeelde dat de betalingen niet zonder rechtsgrond waren verricht omdat eiser telkens opdracht gaf en betaalde voor diverse kortdurende klusjes. Het deskundigenrapport dat eiser overlegd had, werd als eenzijdig en onvoldoende beschouwd. De vordering tot vergoeding van de kosten van dit rapport werd daarom ook afgewezen.

De vordering van gedaagde tot schadevergoeding wegens laster werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Gezien de wederzijdse afwijzing van vorderingen compenseerde de kantonrechter de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vorderingen van beide partijen worden afgewezen en ieder draagt zijn eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 10853375 \ CV EXPL 23-8287
Vonnis van 11 december 2024
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. P.A.J. Raaijmaakers,
tegen
[gedaagde],
wonende op een geheim adres,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de mondelinge behandeling van 12 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft in de periode december 2019 tot en met oktober 2021 [gedaagde] mondeling verzocht om diverse werkzaamheden in en om zijn woning uit te voeren. Partijen hebben daarbij een uurtarief van € 22,50 afgesproken.
2.2.
[eiser] heeft aan [bedrijf] B.V. verzocht om te beoordelen hoeveel arbeidsuren gemoeid zouden moeten geweest met de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden. [eiser] heeft daarbij de uitgevoerde werkzaamheden zelf aangewezen; [gedaagde] is bij het opstellen van de rapportage niet betrokken geweest. [bedrijf] B.V. heeft geconcludeerd dat 279 uren gemoeid zijn met de aangewezen werkzaamheden. Bij een uurtarief van € 22,50 komt dat neer op een bedrag van € 6.277,50.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 22.123,50, vermeerderd met rente en kosten. [eiser] stelt € 28.401,50 aan [gedaagde] te hebben betaald terwijl de werkzaamheden slechts € 6.277,50 waard zijn. Ook vordert [eiser] de kosten voor het opstellen van de rapportage, zijnde € 689,70.
3.2.
[gedaagde] stelt dat partijen niet één enkele overeenkomst hebben afgesloten maar meerdere kleine overeenkomsten voor diverse uiteenlopende werkzaamheden. De werkzaamheden werden soms dagelijks, soms wekelijks en soms maandelijks afgerekend. [eiser] kwam steeds weer met nieuwe werkzaamheden die hij uitgevoerd wilde hebben. [gedaagde] voert verder aan dat [eiser] zijn vordering niet heeft onderbouwd of bewezen alsmede dat hij niet heeft voldaan aan de substantiëringplicht. Zo heeft [eiser] het uitgebreide verweer van [gedaagde] niet opgenomen in de dagvaarding.
in reconventie
3.3.
[gedaagde] vordert – samengevat – veroordeling van [eiser] tot betaling van € 22.123,50 aan (im)materiële schadevergoeding wegens laster, smaad, reputatieschade en psychische schade.
3.4.
[eiser] betwist dat [gedaagde] schade heeft geleden en voert aan dat het entameren van een rechtszaak niet kan worden beschouwd als laster, smaad of anderszins.
3.5.
Op de stellingen van partijen, zowel in conventie als in reconventie, wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en reconventie
4.1.
Gezien de samenhang van de vorderingen in conventie en reconventie, worden deze gezamenlijk behandeld.
4.2.
De vorderingen in conventie worden afgewezen. Uit artikel 6:203 BW Pro volgt namelijk dat degene die
zonder rechtsgrondeen betaling heeft verricht (bijvoorbeeld omdat geen verbintenis aanwezig is of deze met terugwerkende kracht is komen te vervallen) betaling kan terugvorderen. [eiser] heeft gesteld dat [gedaagde] aanzienlijk meer in rekening heeft gebracht dan gerechtvaardigd is gezien de verrichte werkzaamheden. Hij heeft zich dat pas achteraf gerealiseerd. Dit betekent echter niet dat de betalingen (waarvan de hoogte niet vaststaat) zonder rechtsgrond zijn verricht. [eiser] heeft immers gewoon opdracht gegeven voor de werkzaamheden, hiervoor telkens betaald en vervolgens weer nieuwe opdrachten tot het verrichten van werkzaamheden gegeven. [gedaagde] was, zo begrijpt de kantonrechter de stellingen van partijen, een manusje van alles die allerlei kortdurende klusjes voor [eiser] deed die ook steeds werden afgerekend. Dat [eiser] [gedaagde] achteraf te duur vindt, maakt dat niet anders. Overigens staat niet alleen de hoogte van de betalingen, maar ook de omvang van de werkzaamheden niet vast. Ook het zogenoemde deskundigenrapport voldoet niet, omdat het eenzijdig is opgesteld. Dat een ander stelt werkzaamheden sneller te kunnen uitvoeren, wat daar verder ook van zij, laat de afspraken tussen [eiser] en [gedaagde] bovendien onverlet. Reeds daarom komen de gemaakte kosten voor het zogenoemde deskundigenrapport niet voor vergoeding in aanmerking.
4.3.
De kantonrechter komt gezien het voorgaande ook niet toe aan het door [eiser] gedane bewijsaanbod voor het overleggen van schriftelijke bescheiden. Daarbij wijst de kantonrechter erop dat [eiser] in het licht van de goede procesorde al bij dagvaarding en voorafgaande aan de zitting stukken had moeten overleggen ter onderbouwing van zijn stellingen. Uitgangspunt is dat de kantonrechter na de mondelinge behandeling uitspraak kan doen. Hiervoor is vereist dat uiterlijk aan het eind van de mondelinge behandeling alle benodigde informatie over een zaak op tafel ligt.
4.3.
De vordering van [gedaagde] in reconventie wordt afgewezen omdat deze op geen enkele wijze is onderbouwd.
4.4.
Gezien de samenhang van de vorderingen in conventie en reconventie en dat deze over en weer zijn afgewezen, compenseert de kantonrechter de proceskosten in die zin dat ieder partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
in reconventie
5.2.
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
in conventie en in reconventie
5.3.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.
De griffier De kantonrechter