De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam via Frankfurt naar Buenos Aires op 26 mei 2023. Door vertraging van de eerste vlucht miste de passagier de aansluitende vlucht en werd omgeboekt naar dezelfde vlucht van de volgende dag, wat resulteerde in een vertraging van 24 uur op de eindbestemming.
Airhelp, aan wie de passagier zijn vorderingsrecht had overgedragen, vorderde compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder stelde zich op het standpunt van buitengewone omstandigheden en dat de alternatieve vlucht een redelijke maatregel vormde.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder niet aannemelijk had gemaakt dat er een snellere alternatieve vlucht beschikbaar was en dat het automatische omboekingssysteem onvoldoende was. Ook bij eventuele buitengewone omstandigheden blijft de vervoerder compensatie verschuldigd.
De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van €600, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 mei 2023, en tot vergoeding van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.