ECLI:NL:RBNHO:2024:12078

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
25 november 2024
Zaaknummer
10960932 \ CV EXPL 24-1516
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Rechtsdienstleistungsgesetz (RDG)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering passagier wegens niet-naleving Duitse incassoregistratieplicht

De passagier had een vervoersovereenkomst met Deutsche Lufthansa voor een vlucht van Salzburg via Frankfurt naar Amsterdam. Door vertraging van de eerste vlucht miste zij haar aansluitende vlucht en kwam zij ruim negen uur later aan dan gepland. Zij vorderde compensatie en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten van de vervoerder.

De passagier erkende dat zij geen compensatie op grond van de Verordening kon krijgen en beperkte haar vordering tot incassokosten en proceskosten. De vervoerder betwistte de vordering met het verweer dat de gemachtigde van de passagier niet beschikte over een vereiste incassoregistratie volgens de Duitse Rechtsdienstleistungsgesetz (RDG), waardoor de vervoerder niet inhoudelijk kon reageren.

De kantonrechter oordeelde dat het verzoek van de vervoerder om overlegging van de incassoregistratie niet onredelijk was en dat de passagier niet had voldaan aan dit verzoek. Hierdoor kon de vervoerder niet worden verweten dat hij niet eerder inhoudelijk had gereageerd. De vordering werd afgewezen en de passagier werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van de passagier wordt afgewezen wegens niet-naleving van de Duitse incassoregistratieplicht; zij wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

1.RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10960932 \ CV EXPL 24-1516
Uitspraakdatum: 13 november 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Aviclaim
rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 21 juli 2023 vervoeren van Salzburg (Oostenrijk) via Frankfurt (Duitsland) naar Amsterdam, met de vluchten LH1107 en LH1002.
2.2.
De vlucht van Salzburg naar Frankfurt (LH1107, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft haar aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist. De passagier is daarom omgeboekt op vlucht LH986, waarmee zij 9 uur en 32 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Amsterdam is aangekomen.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.
Het geschil
3.1.
De passagier vordert – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
De passagier heeft – samengevat – aan de vordering ten grondslag gelegd dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als de vervoerder in een eerder stadium meer informatie zou hebben gegeven over de oorzaak van de vertraging van de vlucht. Daarom moet de vervoerder de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten vergoeden.
3.3.
De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De passagier heeft bij conclusie van repliek erkend dat haar geen compensatie toekomt als bedoeld in artikel 7 van Pro de Verordening en hebben de gevorderde hoofdsom ingetrokken. De passagier vordert nog wel vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Zij stelt daartoe dat de vervoerder haar nodeloos heeft gedwongen om deze procedure op te starten omdat hij voorafgaand aan de procedure geen informatie over de oorzaak van de vertraging heeft gegeven.
4.3.
De vervoerder betwist dit. Hij voert aan dat hij de vordering niet in behandeling kon nemen omdat de gemachtigde van de passagiers geen incassoregistratie had overgelegd. Dit is volgens de Duitse wetgeving verplicht. Omdat de gemachtigde van de passagier overgaat tot het innen van vorderingen in Duitsland, wordt de minnelijke relatie tussen haar en de vervoerder beheerst door de Duitse wet. Als de gemachtigde van de passagier aan de Duitse wetgeving had voldaan, had de vervoerder alle benodigde informatie kunnen overleggen en was de procedure niet nodig was geweest, aldus de vervoerder. Dit volgt volgens de vervoerder uit de
Rechtsdienstleistungsgesetsz (RDG).Dit is een Duitse wet die beperkingen stelt aan buitengerechtelijke (incasso) diensten.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de brieven [1] die door de passagier zijn overgelegd blijkt dat de vervoerder heeft verzocht om een incassoregistratie van de gemachtigde van de passagiers, zoals vastgelegd in de eerder genoemde Duitse wetgeving. Hij heeft aangegeven pas na ontvangst hiervan inhoudelijk te kunnen reageren. Het is niet gebleken waarom de passagier niet aan dit verzoek heeft voldaan. Het verzoek van de vervoerder is naar het oordeel van de kantonrechter niet onredelijk. Nu de passagier heeft nagelaten om aan dit verzoek te voldoen, kan de vervoerder niet worden verweten dat hij niet eerder inhoudelijk heeft gereageerd dan bij conclusie van antwoord. De vordering van de passagier zal daarom worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,- aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Producties 2 t/m 4 bij de inleidende dagvaarding.