De passagier had een vervoersovereenkomst met Deutsche Lufthansa voor een vlucht van Salzburg via Frankfurt naar Amsterdam. Door vertraging van de eerste vlucht miste zij haar aansluitende vlucht en kwam zij ruim negen uur later aan dan gepland. Zij vorderde compensatie en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten van de vervoerder.
De passagier erkende dat zij geen compensatie op grond van de Verordening kon krijgen en beperkte haar vordering tot incassokosten en proceskosten. De vervoerder betwistte de vordering met het verweer dat de gemachtigde van de passagier niet beschikte over een vereiste incassoregistratie volgens de Duitse Rechtsdienstleistungsgesetz (RDG), waardoor de vervoerder niet inhoudelijk kon reageren.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek van de vervoerder om overlegging van de incassoregistratie niet onredelijk was en dat de passagier niet had voldaan aan dit verzoek. Hierdoor kon de vervoerder niet worden verweten dat hij niet eerder inhoudelijk had gereageerd. De vordering werd afgewezen en de passagier werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.