ECLI:NL:RBNHO:2024:12079

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 november 2024
Publicatiedatum
25 november 2024
Zaaknummer
11007893 \ CV EXPL 24-1992
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Artikel 53 herziene EEX-Verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Passagiers krijgen compensatie voor vluchtvertraging ondanks gedeeltelijke buitengewone omstandigheden

De passagiers sloten een vervoersovereenkomst met Deutsche Lufthansa voor vluchten van Miami via Frankfurt naar Amsterdam. Door vertraging van de eerste vlucht misten zij hun aansluitende vlucht en arriveerden meer dan drie uur later dan gepland.

De passagiers vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder stelde dat een deel van de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, zoals restricties van de luchtverkeersleiding en vertraagde gate-toewijzing.

De kantonrechter oordeelde dat slechts 37 minuten van de vertraging buitengewone omstandigheden betrof en dat de eerste vertraging door niet-buitengewone omstandigheden werd veroorzaakt. Hierdoor bleef de vervoerder aansprakelijk voor compensatie. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van €1.200 plus wettelijke rente en proceskosten, terwijl het verzoek tot afgifte van een certificaat werd afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €1.200 compensatie en proceskosten aan de passagiers wegens vluchtvertraging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11007893 \ CV EXPL 24-1992
Uitspraakdatum: 20 november 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1],

2.
[eiser 2],beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 31 mei en 1 juni 2023 vervoeren van Miami (Verenigde Staten) via Frankfurt (Duitsland) naar Amsterdam, met de vluchten UA8848 (codeshare LH463) en UA9161 (codeshare LH988).
2.2.
De vlucht van Miami naar Frankfurt (LH463, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist. Zij zijn omgeboekt naar vlucht LH992, waarmee zij meer dan drie uur later dan oorspronkelijk gepland in Amsterdam zijn aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.
Het geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van Pro de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Dit artikel moet volgens het Hof strikt worden uitgelegd omdat het gaat om een afwijking van het beginsel dat passagiers recht hebben op compensatie. [1]
4.3.
De vervoerder heeft in dit verband toegelicht dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door de verlate binnenkomst van de voorgaande vlucht met hetzelfde toestel [2] , door gebreken aan het toestel [3] en door restricties afkomstig van de luchtverkeersleiding [4] . Daarnaast werd de vlucht ook voor 37 minuten vertraagd door een langere block time te Frankfurt. Ten aanzien van de vertraging door de verlate binnenkomst van de voorgaande vlucht en het technisch mankement (in totaal 27 minuten) heeft de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan.
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de passagiers zich terecht op het standpunt hebben gesteld dat niet is gebleken dat de vlucht (ook) geconfronteerd zou zijn met restricties van de luchtverkeersleiding, als de vlucht tijdig klaar had gestaan voor vertrek. De vervoerder heeft niet toegelicht hoe laat de eerste slotwijziging is opgelegd. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat de eerste slotwijziging is opgelegd nádat duidelijk werd dat de vlucht (vanwege niet-buitengewone omstandigheden) niet tijdig kon vertrekken. De vertraging door niet-buitengewone omstandigheden is de eerste schakel in de keten van de causaliteit die tot de uiteindelijke vertrekvertraging heeft geleid. Al hetgeen daarna is voorgevallen, valt binnen de risicosfeer van de vervoerder, althans is het feit dat de vlucht eerder is vertraagd wegens vertragingscode 89 in dit kader van ondergeschikt belang. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de Verordening een hoge mate van bescherming van de passagiers beoogt en restrictief moet worden uitgelegd (zie ook 4.1).
4.5.
De vlucht is na aankomst te Frankfurt verder vertraagd, omdat het toestel niet tijdig een block (gate) toegewezen kreeg. De passagiers hebben niet betwist dat dit een buitengewone omstandigheid oplevert.
4.6.
De kantonrechter constateert dat van de totale aankomstvertraging (1 uur en 53 minuten), een vertraging van 37 minuten het gevolg is van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter constateert dat, ook indien zich geen buitengewone omstandigheden hadden voorgedaan, de passagiers hun aansluitende vlucht hadden gemist. [5] Hieruit volgt dat de uiteindelijke vertraging van de passagier op de eindbestemming niet het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
4.7.
Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
4.8.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt.
4.10.
Het gevorderde certificaat wordt vooralsnog bij gebrek aan belang afgewezen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.200,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juni 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;
griffierecht € 218,00;
salaris gemachtigde € 270,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Wallentin-Hermann C-549/07, r.o. 20
2.Code 93 – 16 minuten vertraging
3.Code 41 – 11 minuten vertraging
4.Code 89 – 41 minuten vertraging
5.Zonder de buitengewone omstandigheden was de vlucht om 09:06 (lokale tijd) te Frankfurt gearriveerd. De aansluitende vlucht naar Amsterdam is om 09:25 uur (lokale tijd) vanuit Frankfurt vertrokken. De minimale overstaptijd te Frankfurt bedraagt 45 minuten.