Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Noord-Holland
Deze zaak betreft een huurgeschil over een huurverlagingsvoorstel van huurder met betrekking tot de energieprestatie van een woning in een beschermd stadsgezicht. Huurder stelde dat de huur te hoog is omdat de woning volgens haar label F heeft, terwijl verhuurder en de Huurcommissie uitgingen van label C. De Huurcommissie stelde het puntenaantal vast op 147, inclusief 14 punten voor label C, en wees de huurverlaging af. Huurder en verhuurder zijn vervolgens naar de kantonrechter gestapt.
De kantonrechter oordeelt dat voor de waardering van de woning per 1 juli 2023 label C gevolgd moet worden, omdat dit label op de peildatum geldig was en het latere label F is ingetrokken. De kantonrechter wijst de vordering tot huurverlaging af. Daarnaast verklaart de kantonrechter beide partijen niet ontvankelijk in hun vorderingen over het puntenaantal en de maximale huurprijs per 1 juli 2024, omdat deze punten niet aan de Huurcommissie waren voorgelegd en dus niet door de kantonrechter op grond van artikel 7:262 BW Pro kunnen worden beoordeeld.
De kantonrechter veroordeelt huurder in de proceskosten en compenseert de kosten tussen partijen in reconventie. De uitspraak bevestigt de bindende rol van de Huurcommissie in huurprijsgeschillen en benadrukt het belang van het juiste energielabel op de peildatum voor de huurwaardering.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de huurverlaging af, volgt label C voor de energieprestatie per 1 juli 2023 en verklaart beide partijen niet ontvankelijk in hun vorderingen over puntenaantal en maximale huurprijs per 1 juli 2024.