Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:12251

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
11142111 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 RVV 1990Art. 14 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond: geen richtingaanwijzer vereist bij verlaten rotonde op rechterbaan

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet gebruiken van de richtingaanwijzer bij het verlaten van een rotonde. Hij stelde beroep in omdat hij meende dat hij geen richting hoefde aan te geven, aangezien hij op de rechterbaan reed die gescheiden was van de linkerbaan en alleen rechtdoor kon rijden.

De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat volgens artikel 55 RVV Pro 1990 alleen bij belangrijke zijdelingse verplaatsingen richtingaanwijzers verplicht zijn. In deze situatie was geen sprake van een belangrijke zijdelingse verplaatsing, omdat betrokkene in feite een flauwe bocht naar rechts reed op een doorgaande weg.

De boete werd daarom vernietigd en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd aan betrokkene terugbetaald. De uitspraak werd gedaan op 5 november 2024 door kantonrechter P.J. Jansen te Zaanstad.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wegens het niet aangeven van richting wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 11142111 \ WM VERZ 24-866
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 5 november 2024
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
[betrokkene]

De verkeersboete en het beroep

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 5 november 2024. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.

De beoordeling

Betrokkene heeft een boete gekregen, omdat hij geen richting heeft aangegeven bij een belangrijke zijdelingse verplaatsing.
Betrokkene stelt dat de boete onterecht is, omdat er geen sprake was van een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Betrokkene wijst erop dat hij bij het verlaten van een rotonde op de rechterbaan reed, die was afgescheiden van de daarnaast gelegen linkerbaan, en dat hij op die rechterbaan alleen rechtdoor kon rijden.
Op de plek waar het om gaat, zien de rotonde en de rijbanen er als volgt uit:
en
De kantonrechter volgt het standpunt van betrokkene dat hij rijdend op de rechterbaan bij het verlaten van de rotonde geen richting hoefde aan te geven.
Volgens artikel 55 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) moeten bestuurders van een motorvoertuig een teken met hun richtingaanwijzer geven, indien zij willen wegrijden, andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden en verlaten en indien zij van rijstrook willen wisselen, alsmede bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen.
Geen van de gevallen genoemd in artikel 55 RVV Pro 1990 doet zich hier voor. Met name was geen sprake van een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Betrokkene reed bij het verlaten van de rotonde immers op de rechterbaan en een rijstrook voor doorgaand verkeer, die door een verhoging gescheiden is van de daarnaast gelegen linkerbaan. Daarbij volgt betrokkene in feite in een rechtdoorgaande weg met een flauwe bocht naar rechts. Dat niet kan worden aangemerkt als een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Er is in die situatie ook geen enkele aanleiding om andere bestuurders of weggebruikers erop attent te maken dat van richting wordt veranderd.
Het beroep is daarom gegrond.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie van het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling teveel heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: