Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de akte van Kennemer Wonen van 25 oktober 2024
- de akte van [gedaagde] van 25 oktober 2024.
Rechtbank Noord-Holland
Kennemer Wonen verhuurt sinds 1991 een woning aan [gedaagde]. De huurovereenkomst bepaalt dat de huurder het gehuurde als hoofdverblijf moet gebruiken en het niet zonder toestemming geheel mag onderverhuren. Kennemer Wonen stelde dat [gedaagde] het gehuurde niet als hoofdverblijf gebruikt en dat hij het zonder toestemming aan derden in gebruik heeft gegeven.
Tijdens een huisbezoek troffen medewerkers de meerderjarige zoon van [gedaagde] aan in het gehuurde, die een verklaring aflegde over het gebruik van de woning. [gedaagde] betwistte deze verklaring en stelde dat hij zijn hoofdverblijf wel in het gehuurde heeft. Kennemer Wonen ontving echter ook verklaringen van derden en bewijsstukken waaruit bleek dat [gedaagde] vooral verblijft bij zijn partner op een ander adres.
De kantonrechter oordeelde dat [gedaagde] niet voldeed aan zijn verzwaarde motiveringsplicht om het tegendeel aannemelijk te maken. De verklaringen en omstandigheden wezen erop dat hij zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde heeft en dat hij het gehuurde zonder toestemming aan derden in gebruik heeft gegeven. Dit vormt een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.
Daarom werd de huurovereenkomst ontbonden en werd [gedaagde] veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van een gebruiksvergoeding voor de periode na ontruimingstermijn en proceskosten. De gevorderde dwangsom werd afgewezen en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming binnen veertien dagen bevolen wegens ontbreken hoofdverblijf en onrechtmatig gebruik van het gehuurde.