Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
honderdtwintig (120) urentaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door zestig (60) dagen jeugddetentie, met bevel dat deze straf een gedeelte, groot veertig (40) uren
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
- gedurende de proeftijd meewerkt aan hulpverlening gericht op het verminderen van slaapproblemen en middelengebruik door middel van een coach;
- gedurende de proeftijd gestructureerde dagbesteding heeft en behoudt.
[adres] , een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
zes (6) maanden.
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[benadeelde partij]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.936,51, bestaande uit € 436,51 voor de materiële en
€ 1.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagengijzeling.