Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
Rechtbank Noord-Holland
De ouders van een in 2022 geboren kind hebben aanvankelijk de geslachtsnaam van de vader gegeven en de achternaam van de moeder als tweede voornaam, omdat het toen niet mogelijk was een dubbele achternaam te geven. Na inwerkingtreding van de Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam hebben zij via de overgangsregeling alsnog gekozen voor een gecombineerde geslachtsnaam voor hun kind.
De ouders verzochten de rechtbank om de tweede voornaam, die overeenkomt met de achternaam van de moeder, te schrappen omdat deze na de naamswijziging geen doel meer dient en het esthetisch ongewenst is dat het kind tweemaal dezelfde naam draagt. De rechtbank achtte de aangevoerde gronden voldoende gewichtig en vond geen redenen van openbaar belang die tegen de wijziging pleitten.
De rechtbank gelastte de ambtenaar van de burgerlijke stand om de voornamen van het kind te wijzigen overeenkomstig het verzoek en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot schrapping van de tweede voornaam van het kind wordt toegewezen.