Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 10 juli 2024
Rechtbank Noord-Holland
DGB Energie heeft een leveringsovereenkomst voor gas en elektriciteit gesloten met [gedaagde] op 9 september 2022, welke digitaal is ondertekend. Na een eerste voorschot van €70,07 werd dit verhoogd naar €484,58 per maand, waarna de overeenkomst vroegtijdig werd beëindigd vanwege onbetaalde facturen.
[gedaagde] betwist de overeenkomst en het verbruik, maar heeft de digitale ondertekening niet gemotiveerd weersproken. De kantonrechter gaat daarom uit van het bestaan van de overeenkomst.
De rechter onderzoekt ambtshalve of DGB Energie heeft voldaan aan haar informatieplicht en of sprake is van oneerlijke handelspraktijken. Hoewel DGB Energie haar informatieplicht heeft nageleefd, is de verhoging van het voorschot zodanig dat dit als misleidend kan worden beschouwd, wat kan leiden tot vernietiging van de overeenkomst.
De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de rol voor nadere behandeling, waarbij partijen zich kunnen uitlaten over het voornemen tot ambtshalve vernietiging van de overeenkomst wegens oneerlijke handelspraktijken.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere behandeling over het voornemen tot ambtshalve vernietiging van de overeenkomst wegens oneerlijke handelspraktijken.