Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:1262

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2024
Publicatiedatum
9 februari 2024
Zaaknummer
C/15/348725 / FA RK 24-505
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 8:9 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel wegens levensgevaar door psychische stoornis

De officier van justitie verzocht op 2 februari 2024 bij de rechtbank Noord-Holland om voortzetting van een crisismaatregel die op 1 februari 2024 door de burgemeester van Hoorn was opgelegd aan betrokkene. De mondelinge behandeling vond plaats op 5 februari 2024 in de kliniek waar betrokkene verblijft. Betrokkene werd bijgestaan door haar advocaat en er werden verklaringen gehoord van een arts en een verpleegkundige. De officier van justitie was niet aanwezig.

Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene ondubbelzinnig aangaf een einde aan haar leven te willen maken en concrete handelingen verrichtte om dit te realiseren. Er was een ernstig vermoeden dat dit gedrag voortkomt uit een posttraumatische stressstoornis met dissociatie. De crisissituatie was zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medische behandeling, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, en beperkingen op het gebruik van communicatiemiddelen.

Betrokkene voerde verweer dat de psychiater die de medische verklaringen had afgegeven niet onafhankelijk was, omdat deze op 2 februari 2024 als behandelaar betrokken zou zijn geweest. De rechtbank verwierp dit verweer op basis van het episode journaal waaruit bleek dat een andere psychiater als zorgverantwoordelijke was aangewezen. Tevens werd het verweer verworpen dat betrokkene vrijwillig kon worden behandeld, omdat zij zich tegen zorg verzette en concrete zelfdodingsplannen had.

De rechtbank besloot daarom de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen met een geldigheidsduur van drie weken, ingaande op 5 februari 2024.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken wegens levensgevaar door een psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/348725 / FA RK 24-505
beschikking van de enkelvoudige kamer van 05 februari 2024,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. J.W.E. Groot, gevestigd te Wognum.

1.Procedure

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 februari 2024, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van Hoorn op 1 februari 2024 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
  • de medische verklaring van 1 februari 2024;
  • de aanvullende medische verklaring van 2 februari 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 februari 2024, in de kliniek waar betrokkene verblijft.
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [arts] , arts;
- [verpleegkundige] , verpleegkundige.
1.4.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten
levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene geeft ondubbelzinnig aan een einde aan haar leven te willen maken en verricht concrete handelingen om dat doel te bereiken.
2.2.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een posttraumatische stressstoornis met dissociatie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
  • het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van bewegingsvrijheid;
  • het insluiten van betrokkene;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging met de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg wordt voldaan.
2.5.1.
Namens betrokkene is het verweer gevoerd dat de psychiater die de medische verklaringen van 1 februari 2024 en 2 februari 2024 heeft afgegeven ( [psychiater] ) niet als onafhankelijk psychiater kan worden aangemerkt. Om deze reden zou het verzoek moeten worden afgewezen.
Hierbij is aangevoerd dat deze psychiater ten tijde van het opstellen van de medische verklaring op 1 februari 2024 als onafhankelijke psychiater kan worden gezien, maar op 2 februari 2024 om 15:20 uur (tijdstip van het opstellen van de aanvullende medische verklaring) niet meer. Dit standpunt is toegelicht door te verwijzen naar een ter zitting overgelegde uitdraai van het zogenaamde ‘episode journaal’ in KHON/RAAD, waaruit blijkt dat [psychiater] op 1 februari 2024 heeft geregistreerd dat betrokkene op een gesloten afdeling is geplaatst.
2.5.2.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de overgelegde uitdraai van het ‘episode journaal’ in KHON/RAAD blijkt niet dat psychiater [psychiater] op 1 februari 2024 en/of 2 februari 2024 als behandelaar betrokken is geweest bij betrokkene en daarom niet langer als onafhankelijke psychiater zou kunnen worden gezien. Uit voornoemde uitdraai blijkt daarentegen dat op 1 februari 2024 (16:48 uur) een andere psychiater ( [psychiater] ) als zorgverantwoordelijke, zoals bedoeld in artikel 8:9 van Pro de Wvggz, is aangewezen.
2.6.1.
Voorts is namens betrokkene het verweer gevoerd dat zij op vrijwillige basis de behandeling binnen de kliniek kan voortzetten zodat de crisismaatregel niet voortgezet hoeft te worden.
2.6.2.
De rechtbank verwerpt ook dit verweer. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat betrokkene -al dan niet tijdens dissociatieve momenten waarin betrokkene niet weet wat zij doet- een ondubbelzinnige wens heeft om een einde aan haar leven te maken. Eén-op-één begeleiding wordt door de behandelaar noodzakelijk geacht om te voorkomen dat betrokkene haar plan kan uitvoeren. Nu betrokkene zich verzet tegen deze vorm van zorg en de kliniek wil verlaten, kan geen zorg op vrijwillige basis worden geboden.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.3 zijn genoemd;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
26 februari 2024.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, rechter, in tegenwoordigheid van T.B.A. Verbeij als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2024. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 februari 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.