Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
.
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 46.783,06ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit stelt te hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit € 1.783,06 aan materiële schade en € 45.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verzocht wordt de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
- zorgkosten ad € 385,-;
- opvangkosten kinderen ad € 444,24;
- kosten verblijf safehouse ad € 572,19;
- verlies arbeidsvermogen ad, 66,63;
€ 1.398,06rechtstreeks het gevolg is van het bewezenverklaarde feit, nu vaststaat dat de verdachte het slachtoffer meermalen met een mes heeft gestoken en daardoor letsel is ontstaan.
€ 15.000,-. vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 maart 2024 (pleegdatum) tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 16.398,06moet worden
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
VIJF (5) JAREN.
[het slachtoffer]geboren op [geboortedatum 2] .
[het slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 16.398,06bestaande uit € 1.398,06 als vergoeding voor de materiële en € 15.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [het slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.