Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 22 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
€ 57,50 aan afrekening servicekosten resteert nog € 272,69 aan [gedaagde] te voldoen.
Rechtbank Noord-Holland
De huurder had een woning gehuurd van de verhuurder van mei 2020 tot april 2024. Vanaf eind juli 2023 tot april 2024 voerde de verhuurder ingrijpende renovatiewerkzaamheden uit aan twee naastgelegen panden, wat leidde tot aanzienlijke geluidsoverlast.
De huurder klaagde meerdere malen over de overlast en vorderde een huurprijsvermindering van 50% over de periode van augustus 2023 tot april 2024, evenals terugbetaling van huur en incassokosten. De verhuurder stelde dat de werkzaamheden binnen de toegestane tijden van het Bouwbesluit vielen en verwees naar een beding dat overlast moest worden gedoogd.
De rechtbank oordeelde dat de omvang en duur van de renovaties zodanig waren dat sprake was van een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW Pro, waardoor huurprijsvermindering gerechtvaardigd is. De overlast viel niet weg door het naleven van werktijden of pogingen tot beperking daarvan. De huurprijsvermindering werd vastgesteld op 30% voor augustus-oktober 2023, 50% voor november 2023-januari 2024 en 40% voor februari-april 2024.
De verhuurder moest € 5.564,61 aan teveel betaalde huur terugbetalen, de waarborgsom van € 3.950,00 uitkeren en € 57,50 aan servicekosten betalen. De vordering van de verhuurder tot verrekening werd afgewezen. Daarnaast werden de proceskosten en wettelijke rente toegewezen aan de huurder.
Uitkomst: Verhuurder moet huurprijsvermindering, waarborgsom en rente aan huurder betalen wegens substantiële overlast door renovaties.