Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
4 mei 2023 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
12 (twaalf) maanden.
ter beschikking wordt gesteld, en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.
[het slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van € 7.402,54, bestaande uit € 1.402,54 als vergoeding voor de materiële en € 6.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.402,54 vanaf 6 november 2024 en over € 6.000,00 vanaf 16 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [het slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
72 dagengijzeling.