Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
persing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
oplichting, meermalen gepleegd
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
gevangenisstraf van 21 (eenentwintig) dagen. De tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht dient daarop in mindering te worden gebracht.
240 (tweehonderdveertig) uren taakstrafdie bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
4.050,00 (vierduizend en vijftig) euro, als vergoeding voor materiële en immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
235,00 (tweehonderdvijfendertig) euro, als vergoeding voor materiële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
131,75 euro (honderd eenendertig euro en vijfenzeventig cent), als vergoeding voor materiële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 11] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.