ECLI:NL:RBNHO:2024:13017
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk ouderlijk gezag over minderjarige met verblijf bij grootmoeder
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak over het gezag over een minderjarige die onder toezicht staat en verblijft bij de grootmoeder. De vader verzocht om gezamenlijk ouderlijk gezag met de moeder, terwijl de grootmoeder primair vroeg om driehoofdig gezag en subsidiair om voogdij toe te kennen.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettelijke voorziening bestaat voor gezag door meer dan twee personen, waardoor het verzoek van de grootmoeder tot driehoofdig gezag niet ontvankelijk is. Ook het subsidiaire verzoek tot voogdij werd afgewezen omdat er geen gezagsvacuüm is en de grootmoeder niet de juiste procedure had gevolgd.
De moeder had geen bezwaar tegen het gezamenlijk gezag met de vader. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde voogdij aan de grootmoeder, maar erkende ook de praktische problemen van driehoofdig gezag. De rechtbank besloot het gezamenlijk gezag toe te wijzen aan de ouders, waarbij de grootmoeder de feitelijke verzorging blijft voeren.
De uitspraak benadrukt dat het belang van de minderjarige prevaleert boven de wens van de betrokkenen voor een driehoofdig gezag, mede vanwege het risico op conflicten en praktische bezwaren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het gezamenlijk gezag toe aan de ouders en verklaart de grootmoeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken tot driehoofdig gezag en voogdij.