De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk uitvoeren van ruim 7 kilogram ketamine op 15 augustus 2024 via Schiphol. De verdachte nam tegen betaling van 5.000 dollar een koffer mee naar Thailand, waarvan hij vermoedde dat er iets illegaals in zat, maar dit niet controleerde. De rechtbank oordeelde dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het buiten Nederland brengen van ketamine.
De tenlastelegging werd bewezen verklaard op basis van het verhoor en de omstandigheden van het vervoer. De overtreding kwalificeert als een opzettelijke overtreding van artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. De rechtbank verwierp verweren die de strafbaarheid zouden kunnen uitsluiten.
Bij de strafbepaling hield de rechtbank rekening met de aard en ernst van het feit, de maatschappelijke schade van ketaminehandel, en de jurisprudentie omtrent straffen voor harddrugs. Hoewel ketamine onder de Geneesmiddelenwet valt met een maximaal strafmaximum van 6 jaar, werd aansluiting gezocht bij de straffen voor harddrugsuitvoer. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 16 maanden op, met aftrek van voorarrest.