Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Uitspraakdatum: 10 december 2024
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
team trappagas verkoop’. De verkoper van de scooter heeft aan de aangever vervolgens een filmpje gestuurd waarop een scooter in Hoorn te zien was. Dit videobestand is aangetroffen in zowel de telefoon van de aangever als in de telefoon van de verdachte. Ook leidde de zoekterm ‘trappagas’ in de telefoon van de verdachte tot een concreet resultaat in Snapchat.
zonderbontkraag, te zien op zowel de camerabeelden in het winkelcentrum/geldautomaat Huesmolen als bij de Vomar, de medeverdachte [medeverdachte 2] is. Zij overweegt daartoe als volgt.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
360 (driehonderdzestig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 90 (negentig) dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
4.300,00 (vierduizend en driehonderd) euro, als vergoeding voor materiële en immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
500,00 (vijfhonderd) euro, als vergoeding voor immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.