Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Politierechter
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 21 februari 2024 te Middenmeer, gemeente Hollands Kroon, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 21 februari 2024 te Middenmeer, gemeente Hollands Kroon, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 44,30 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
hij op of omstreeks 21 februari 2024 te Middenmeer, gemeente Hollands Kroon, in elk geval in Nederland opzettelijk een accijnsgoed(eren), die/dat niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing was betrokken, te weten (ongeveer) 44.000 sigaretten voorhanden en/of in opslag heeft gehad.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
ongeacht het THC-gehalte- een middel is in de zin van lijst II van de Opiumwet.
5.De bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de sanctie
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
23 Wetboek van Strafrecht
3 en 11 Opiumwet.
11.BeslissingDe politierechter:
[verdachte]van € 13.915 (PL1100-2024038305-1577466 IBN).