Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1],
3.[gedaagde 3],
4.[gedaagde 4],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 juni 2024
- de mondelinge behandeling van 23 september 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden
- de pleitnota van mr. Gazibeyoglu en mr. F.M.R. den Hartog namens [gedaagden 3 en 4]
- de akte uitlaten deskundigenbericht van de zijde van [eiseres]
- de akte van uitlating van de zijde van [gedaagden 3 en 4]
2.Feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- de deskundige dient
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen
- partijen kunnen desgewenst
- indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag
- indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,
binnen twee wekenna ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak dienen over te maken op het daarop vermelde rekeningnummer, onder vermelding van ‘voorschot deskundigenrapport’ en het zaak- en rolnummer,
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan [eiseres] en [gedaagden 3 en 4] moet toezenden, opdat zij de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover opmerkingen te maken, en dat de deskundige in het definitieve rapport de hen gemaakte opmerkingen en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,