ECLI:NL:RBNHO:2024:13567
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken schijn van partijdigheid
Verzoekster heeft bij de rechtbank Noord-Holland een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de hoofdzaak behandelt, omdat zij meent dat de rechter partijdig is. Zij baseert dit op het feit dat de rechter een verzoek tot het houden van een comparitie heeft afgewezen en dat de rechter een financieel belang zou hebben vanwege de relatie met de Staat en bewindvoering van haar moeder.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een openbare zitting waarbij verzoekster en de gemachtigde zijn gehoord. De rechter en de wederpartij hebben van hun hoorrecht geen gebruik gemaakt.
De wrakingskamer overweegt dat het afwijzen van een verzoek tot comparitie een procesbeslissing betreft die op zichzelf geen grond voor wraking kan zijn, ook niet bij gebrek aan motivering. Daarnaast is de stelling dat de rechter een financieel belang heeft niet aannemelijk omdat de positie van een rechter anders is geregeld dan die van een bewindvoerder en de beoordeling in de hoofdzaak de financiële positie van de rechter niet raakt.
De wrakingskamer concludeert dat er geen sprake is van schijn van partijdigheid en wijst het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij indiening van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van schijn van partijdigheid.