ECLI:NL:RBNHO:2024:13784

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
10 januari 2025
Zaaknummer
10879795 \ CV EXPL 24-559
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 sub c Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervoerder aansprakelijk voor compensatie bij annulering vlucht ondanks mededeling aan tussenpersoon

De passagier sloot een vervoersovereenkomst met Vliegwinkel.nl voor een vlucht van Amsterdam naar Tanger die door de vervoerder Royal Air Maroc werd geannuleerd. De passagier vorderde compensatie van €400 op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens annulering van de vlucht.

De vervoerder stelde dat de passagier geen recht had op compensatie omdat de annulering meer dan twee weken voor vertrek aan de tussenpersoon was medegedeeld. De rechtbank oordeelde dat de vervoerder ook de passagier zelf rechtstreeks had moeten informeren, tenzij de passagier uitdrukkelijk toestemming had gegeven aan de tussenpersoon om namens hem geïnformeerd te worden, wat niet was gesteld of gebleken.

De vervoerder deed geen beroep op buitengewone omstandigheden. De rechtbank wees de vordering tot compensatie toe, terwijl de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten en nakosten werden aan de passagier toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €400 compensatie aan de passagier wegens niet-tijdige directe mededeling van de annulering.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10879795 \ CV EXPL 24-559
Uitspraakdatum: 18 december 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Aviclaim
rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Casablanca (Marokko)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft met Vliegwinkel.nl een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder de passagier op 3 maart 2022 vervoeren van Amsterdam naar Tanger (Marokko), met vlucht AT683 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

3.Het geschil

3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf het moment van annulering tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat het recht op compensatie bij annulering losstaat van het recht op een alternatieve vlucht dan wel restitutie van de betaalde ticketprijs. Het verweer van de vervoerder dat de passagier de vervoersovereenkomst (buitengerechtelijk) heeft ontbonden door voor restitutie (in plaats van een vervangende vlucht) te kiezen is dan ook juridisch onjuist en wordt om die reden door de kantonrechter gepasseerd.
4.3.
De vervoerder heeft verder aangevoerd dat de annulering van de vlucht meer dan twee weken voor de geplande vertrekdatum aan de (reisagent van de) passagier is medegedeeld, zodat er op grond van artikel 5 lid 1 sub c onder Pro i geen recht op compensatie bestaat. Ook dit verweer slaagt niet. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
4.4.
De passagier die een vlucht heeft geboekt via een tussenpersoon, wordt geacht niet te zijn geïnformeerd over de annulering van deze vlucht wanneer de vervoerder de informatie over deze annulering weliswaar tenminste twee weken vóór de geplande vertrektijd heeft medegedeeld aan deze tussenpersoon, door wiens tussenkomst de luchtvervoersovereenkomst met de passagier is gesloten, maar de betrokken tussenpersoon de passagier niet tijdig in kennis heeft gesteld van deze annulering en deze passagiers de tussenpersoon niet uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven om de informatie te ontvangen die wordt medegedeeld door de vervoerder. Gesteld noch gebleken is dat de passagier uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven aan Vliegwinkel.nl om informatie van de vervoerder te ontvangen. De mededeling door de vervoerder aan Vliegwinkel.nl ontslaat hem dan ook niet van zijn verplichting om mededeling van de annulering te doen aan de passagier. Nu de passagier geen rechtstreekse mededeling van de vervoerder heeft ontvangen, komt hem – naast omboeking of restitutie – in beginsel recht op compensatie toe. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. De vervoerder heeft in dit geval geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook worden toegewezen.
4.5.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze grotendeels ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
4.7.
Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 maart 2022 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 129,14;
griffierecht € 87,00;
salaris gemachtigde € 164,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,- aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter