ECLI:NL:RBNHO:2024:13829
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende machtiging inzake incasso nalatenschapsvorderingen
In deze civiele procedure hebben de erfgenamen een verzoek ingediend om een vervangende machtiging te verkrijgen op grond van artikel 4:145 lid 1 BW Pro, zodat zij vorderingen van de nalatenschap op de executeur in rechte kunnen vaststellen en incasseren. De executeur had verklaard dat alle schuldeisers zijn voldaan en dat er geen schulden meer zijn, hetgeen door de verzoekers niet is weersproken.
De kantonrechter overweegt dat de executeur op grond van artikel 4:144 BW Pro slechts bevoegd is tot beheer van de nalatenschap en het voldoen van schulden, en dat het incasseren van vorderingen niet tot zijn beheerstaak behoort tenzij dit dienstig is voor de exploitatie van een goed. Omdat er geen schulden meer zijn, ontbreekt de exclusieve bevoegdheid van de executeur om vorderingen te incasseren.
Daarom is geen vervangende machtiging nodig voor de verzoekers om hun vorderingen vast te stellen en te incasseren. Het verzoek wordt afgewezen, waarbij de kantonrechter het inhoudelijke verweer van de executeur tegen de vorderingen buiten beschouwing laat. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een vervangende machtiging wordt afgewezen omdat alle schulden zijn voldaan en de executeur niet exclusief bevoegd is tot incasso.